De Hunnebergen

De geschiedenis van de Hunnebergen & Luyksgestel

Openluchttheater in Luyksgestel

Het openluchttheater
Te midden van een omvangrijk bosgebied, dat aansluiting vindt op een ruim 1000 Ha. groot bos- en heidegebied van de Brabantse en Belgische Kempen ligt in Luyksgestel op een steenworp van de grens met België, het op één na oudste openluchttheater van de provincie Noord-Brabant: "De Hunnebergen".

Openluchttheater De Hunnebergen bied een podium voor regionale maar ook interregionale spelersgroepen en toneelverenigingen die gezamenlijk een groot scala aan voorstellingen bieden aan een breed publiek. Van toneel en komedie tot muziek uitvoeringen voor kinderen meestal overdag maar ook uitvoeringen voor volwassen avonds en in het weekend.
Er ziIngang 2012jn al vele bekende en onbekende stukken in het theater opgevoerd we noemen er enkele van de laatste jaren:
Alice in Wonderland - De Bokkerijders - Belle en het Beest - Zilver voor een Koperteut - Doornroosje - Spelemansdag - Alladin - Roodkapje - De Vliegende Hollander - Robin Hood - Halloween spektakel - Anatevka.




Historie openluchttheater De Hunnebergen in Luyksgestel

Bij het 20-jarig bestaan van toneelvereniging De Grenswachters in 1930 werd achteraan op ’t Boscheind openluchttheater De Hunnebergen in gebruik genomen. Het initiatief tot deze oprichting werd genomen door Piet Hendrikx, Jan Vermeulen H. van Mierlo en Jaak Verhappen. Het bos waarin het openluchttheater is gelegen was eigendom van de familie Hendrikx. Deze familie bestond uit toneelenthousiasten en waren een drijvende kracht bij de Grenswachters. Dit enthousiasme leidt tot plannen om de toneelvereniging jaarlijks een openluchtspel te laten spelen. Voor uitvoering van die plannen wordt door de familie Hendrikx in samenwerking met toneelvereniging De Grenswachters, in eigen beheer dit openluchttheater aangelegd. In 1960 kocht de gemeente het bos van de familie Hendrikx en gaf in 1962 de exploitatie in handen van de thans nog steeds exploiterende stichting De Hunnebergen.

Een ruig stuk golvend heidegebied in "De Bergen" eigendom van de familie Hendrikx, zelf afkomstig van het einde van het Boscheind stelde hun gronden beschikbaar voor de oprichting van een openluchttheater. “Het spien  er vruuger nogal eens in de hel”. Een café op de plek van de huidige Postelhoef, genaamd café De Hel en waar begin van deze eeuw de <Roeste Mannen> met hun moeder woonden. De achtergevel van de boerderij was wit gepleisterd en daarop stond een levensgroot zwart kruis op de muur geschilderd, mogelijk dat zij daarmee de naamgeving van hun etablissement nog duidelijker wilden onderstrepen. Roeste Wil en Peer waren voor geen kleintje vervaard en behoorden in “hunne goeie tijd” mede tot de raddraaiers die in het ‘törp’ wel eens onveilig maakten en waarover in het sfeerbeeld van het dorp eerder al eens over werd gesproken, Die knapen daar waren niet voor de poes. De rivaliteit tussen Lommelse jongens en die van Luyksgestel was in die tijd groot. Vechtpartijen over en weer waren destijds aan de orde van de dag. Dan weer werden de Lommelnaren in Luyksgestel getrakteerd op een pak slaag. De volgende keer voltrok zich dit in Lommel en waren de Gesselnaren de klos. Op enig moment hadden Willem en Peer zich verschanst in en om de Hel. De Lommelsen waren hen gevolgd en konden niet van hen af worden geschud. “Ik zal het ijzer is halen, riep hij de Lommelnaren toe. Dat ijzer betrof de flobert. Hij posteerde Moederke met de emmer met patronen in de deuropening en Willem vroeg haar deze een voor een aan te geven, hetgeen geschiedde. Onder het lossen van schoten riep Willem: “Ik denk dat wij ze straks naar Lommel moeten terugbrengen, want ophalen doen ze ze niet” en ……pafff….., weer ontsnapte er een patroon uit zijn flobertgeweer. Een prachtig decor nietwaar voor het latere Openluchtspel van Gèssel?

De opbouw
Burgemeester Aarts, was nog wel burgemeester van Luyksgestel maar in Bergeijk al met pensioen gegaan, waar hij al opgevolgd was door burgemeester Klardie eveneens de latere burgemeester van Luyksgestel. Aarts was voor geen kleintje vervaard. Hij had twee rechter handen. Het was een doe-man, kende alles en maakte alles met zijn handen, want zijn gedachte hem ingaf. Hij stond midden tussen de mensen en decennia later herinnerden Luyksgestelnaren hem nog steeds van zijn tomeloze inzet voor de 'goeie zaak'. Bovendien had Piet Hendrikx vroeger bij de familie Aarts, die daar sigarenfabriek Willem III (drie ja!? hadden, het vak van sigaren maken geleerd. Voor wat, hoort wat, nietwaar?.

Zou bouwde Piet Aarts eigenhandig de grot, die als een soort poort de opkomst- en aftochtgang naar achter markeerde maar bovendien ook de naam die het gebied ter plaatse symboliseerde en waaraan het theater haar naam heeft te danken. (zie foto)

Piet Aarts
Petrus Josephus Godefridus Aarts was burgemeester van de twee zelfstandige buurgemeenten Bergeyk en Luyksgestel. Hij was de eerste duo-burgemeester die door de toenmalige commissaris der Koningin in Brabant tegelijk voor twee gemeenten was benoemd. Mogelijk hoorde dat tot de ambtsinstructie van de commissaris voor alle gemeentberoemde gevecht 1946en die in een positie van gemeentelijke herindeling verkeerden. In de jaren 1920 was er al eens sprake van gemeentelijke herindeling tussen Bergeyk en Luyksgestel. Ditzelfde verhaal speelde zich vijfenzeventig jaar later opnieuw af, toen –met de reeds in februari 1984 in het vooruitzicht gestelde herindeling- de laatste zelfstandige burgemeester Hans Dittner vanwege zijn benoeming in 1995 tot burgemeester van Vierlingsbeek, werd opgevolgd door de eveneens uit Bergeyk afkomstige burgemeester Ad van Poppel.

Een van de eerste entree partij ergens 30er jarenTijdens de oprichting van het theater in 1930 was Aarts inmiddels oud-burgemeester van Bergeijk maar dus nog wel burgemeester van Luyksgestel. Aarts was in Luyksgestel benoemd op 15 april 1925. Naast burgemeester was hij ook oud-lid van Provinciale Staten geweest. Hij was begiftigd met de onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Aarts is geboren in Bergeijk ’t Loo op 27 november 1863 en daar overleden op 75- jarige leeftijd op 4 maart 1939. Twee jaar eerder op 16 maart 1937 nam hij na 12 jaar afscheid als burgemeester van Luyksgestel. Hij was op het tijdstip van zijn overlijden inmiddels weduwnaar van Mw. Isabella Maria Quaeyhaegens.
De familie Aarts woonde op ’t Loo, later Bredasedijk genoemd en als laatste omgedoopt in Van den Tillaartsstraat ( pand voormalige Antonio-bar). Het huis was gebouwd door Burgemeester Aarts (D’n Baard) als één boerderij dus met een  woon- en een bedrijfsgedeelte onder één kap vermoedelijk eind 19e eeuw. Na diens overlijden verliet in april 1939 zijn laatste dienstbode, de uit Eersel afkomstige Wilhelmina Maas het pand om zelf naar Westerhoven te verhuizen, waarna A. Antonis het kocht.
Achter het pand lag vroeger een forse boomgaard die bijna doorliep tot aan de maalderij van mulder Kuijken, op de hoek van Loo en de Weebosserweg. Het was een drassig stuk grond, waardoor de Breerijt liep en waarin ook een vijver lag. Aarts was naast burgemeester zeer begaan met nieuwe landbouwvormen. Ook legde hij samen met zijn familie visvijvers aan in de Liskes, waar vis op werd gekweekt. Vele mensen verdienden bij Aarts, in voor de landbouw drukke tijden, een centje bij met ploegen, eggen, varen of oogsten.


De Hunnebergen
Meester Panken (1819-1904) was hier in deze streek een verwoed archeoloog en inspireerde door zijn talloze opgravingen ook de plaatselijke amateurgraver Peerke Scheerens (1851-1947) - In dit gebied werden door hem verschillende grafheuvels blootgelegd, waardoor de bevolking, vanwege hun treffende gelijkenis al snel sprak over hunnebedden of hunnebergen.
Maar de naam zou ook kunnen wijzen op de aldaar gevonden urnen. Dit laaste is de meest waarschijnlijke. Het perceel van het openluchttheater vormt als het ware een eenheid met het perceel van Scheerens en Van Montfort aan de andere kant van de Postelscheheideweg. Het theater is omgeven door heuveltjes, dus het zou mogelijk zijn dat de naam Hunnebergen een verbastering is van Urnenbergen.

Familie Hendrikx.
Het bosperceel waarin het openluchttheater is gelegen was dus eigendom van de familie Hendrikx. Deze familie bestond voor een deel uit toneelenthousiasten en meerdere familieleden waren drijvende krachten in de plaatselijke toneelvereniging "De Grenswachters. Rond 1930 leidde dit enthousiasme tot plannen om dit daarvoor geschikte bosperceel jaarlijks voor de toneelvereniging in te studeren openluchtspelen te bestemmen. Ter uitvoering van die plannen werd door de familie Hendrikx in samenwerking met toneelvereniging De Grenswachters, in eigen beheer een openluchttheater aangelegd.
In 1931 speelden De Grenswachters het eerste stuk in het openluchttheater "De Hunnebergen". Onder regie van Jan Vermeulen werd "Gerald de Kruisridder"opgevoerd. De hoofdrol werd gespeeld door Kees Baudewijns ( 't Smedje). Piet Hendrikx vertolkte, naar hij later altijd zou beweren, in dit stuk zijn mooiste rol die van Godfried van Bouillon. Een volledige revolutie betekende in 1936 de opvoering van "Christus Verworpen" van Jan Vuysters onder regie van onderwijzer H. Koenen. Jan Vuysters stapte zelf naar de pastoor en onmiddellijk werd verlof verleend voor het gemengde spel én voor gemengd publiek. Ruim 100 Luyksgestelnaren speelden in dit stuk mee. Jaarlijks maakte de vereniging voor alle medewerkenden een gezellig busreis met telkens weer een ander reisdoel. Er zouden nog vele vele openluchtspelen volgen.

In die tijd was het gewoon als er meer dan duizend bezoekers op een zondagmiddag naar het openluchttheater kwamen. Met een openluchtvoorstelling was zowat het hel dorp gemoeid. De helft van de inwoners was in het openluchttheater, toneelspelers, kaartjesverkopers, fietsenstallers en ordehandhavers, de andere helft van hen zat zondagsmiddags op de banken voor hun huizen om te kijken maar de voorbijtrekkend bezoekers, die later zelfs met bussen uit de Kempen werden aangevoerd. Het openluchttheater werd in die tijd ook door scholen bezocht. Ook bestond en zondags bij een openluchtvoorstelling een bloeiende handel in water. Er kon soms niet voldoende water in melkkiepen aangevoerd worden. Een groot succes werd behaald in 1938. Onder regie van Jaak Borrenbergs werd "Het Teken des Kruizes" opgevoerd. Bij deze uitvoeringen waren er per voorstelling dertienhonderd bezoekers in het openluchttheater. De Grenswachters beleven in de 50-er en 60-er jaren net als vele andere verenigingen in het land ook de periode van minder toneelbezoek. Het uitgangsleven wordt verruimd door dansavonden, bioscoop en de tv in de huiskamers vermagert het theaterbezoek. De geldelijke middelen uit de gouden tijden” van het openluchttheater, nopen tot een ommezwaai. Mede door te weinig aanbod van (mede-)spelers uit eigen gemeente komen de jaarlijkse openluchtspelen in het gedrang. Er wordt rond 1962 een oplossing gezocht, om voorzetting te waarborgen, door contacten te leggen met andere Kempische gemeenten en toneelverenigingen als Bergeijk, Valkenswaard, Westerhoven, Riethoven en later verenigingen uit Hapert, Steensel, Eersel en Bladel. Er wordt positief gereageerd en men komt gezamenlijk tot de vorming van de “Coördinatie van Toneelverenigingen Z.O.- Kempen en sinds 2008 omgedoopt tot de Stichting Coördinatie toneelverenigingen de Kempen.

Overgang naar nieuwe stichting in 1961
Het ouder worden van de eigenaar Piet Hendrikx (1899-1995) en de daarmede stijgende vrees, dat het bosperceel in de toekomst in handen zou komen van iemand, die niets voor toneel voelde, alsmede de jaarlijkse onderhoudskosten en kosten van de noodzakelijke verbeteringen leidden er in 1961 toe, dat tussen de gemeente en de eigenaar onderhandelingen werden gevoerd, die resulteerden in de aankoop van het bosperceel met het theater door de gemeente. Het theater werd in 1961 in langdurige erfpacht uitgegeven aan de "exploitatie stichting de Hunnebergen", die zo al ruim een halve eeuw een podium biedt aan openluchtspelen van de Coördinatie, jeugdtoneelvereniging Het Kleppervolkje, kindervoorstellingen van collega theaters in Brabant of inkoopvoorstellingen uit het gehele land, verder aan vele aansprekende spektakels als Dans Bier en Wijnfeesten, Spelemansdag, Spaanse Nacht of Halloween.

Januari 2015 verviel de pacht van de gemeente en is de exploitatie aan een nieuwe stichting gegund.
Voor die overdracht had de oude stichting vanaf 2012 tot eind 2014 diversen renovaties doorgevoerd, zoals de nieuwe kassa en cultuurpad (2012) renovatie kleedruimte en kantine (2014) uitbreiding bestrating (2014)
Tevens werd in december 2014 een graffiti schildering gemaakt in de kantine als dank voor alle bezoekers van het theater in al die afgelopen jaren. In die schildering zijn elementen terug te vinden uit het theater zoals de grotboog en de trappen geheel in een fantasievolle opgeving

Piet Hendrikxpad.
Bij gelegenheid van het 75-jarig bestaan van toneelvereniging De Grenswachters op 26 oktober 1985 werd door de gemeenteraad van Luyksgestel het belangrijke besluit genomen, de weg, die vanaf het Boscheind naar de Postelscheheideweg loopt, de ingang van openluchttheater De Hunnebergen, voortaan te noemen naar de pionier, oprichter en de toen nog levende toneelspeler van het eerste uur, de heer P.H. Hendrikx.