De Hunnebergen

De geschiedenis van de Hunnebergen & Luyksgestel

Bungalowpark De Koperteut & De Zwarte Bergen

Recreatie bracht ook hier vooruitgang

Onstaan van Bugalowpark De Koperteut


Al lang voordat de Kempische mens hier zelfs nog maar aan het woord vakantie dacht, kwamen ‘stadse’ mensen al hun zomervakantie doorbrengen. Dit unieke stiltegebied met heide, bossen en de in alle rust arbeidende boerenbevolking, creëerde voor hen zo onbewust een klimaat, waar na een jaar lang hard werken de batterij opgeladen kon worden voor weer een nieuw werkjaar,  Met het toenemende aantal vakantiedagen werden later ook Pasen en Kerstmis geliefd als vakantieperiode. De oprichting  rond de 50-er jaren van veelal kleine vakantieparkjes, werd na enkele jaren gevolgd door grotere vakantiecentra, die uitgroeiden tot complete recreatiedorpen.  Deze hadden in bepaalde periodes zelfs een grotere bevolking, dan het dorp zelf.  Recreatie werd ruim een halve eeuw geleden al gezien als een vorm van extra inkomsten voor de gemeenten. Ook de plaatselijke Middenstand profiteerde schoorvoetend van de tijdelijke bevolkingsaanwas in de zomermaanden, want deze gezinnen moesten toch ook eten en drinken.  Maar hoe groter deze parken werden, men wilde de gasten zo lang mogelijk ‘binnen-houden’. Ook kwamen er eigen supermarktjes binnen hun parken en zorgden bingoavonden, sport-, spel- en klaverjasclubs voor het nodige vertier.

We kijken al lang niet meer op van vreemdelingen. Laat staan dat we onze eigen dorpsgenoten allen nog  kennen, wanneer zij over onze schouders bij het pinnen in supermarkten, meekijken. Toerisme moet niet worden onderschat. Het brengt door middel van onder meer toeristenbelasting geld in het gemeentelaatje. Zij maken echter ook een medegebruik van onze voorzieningen, waarvoor de inwoners met de toch zeker niet geringe jaarlijkse WOZ-bijdrage, riool- en huisvuilafvoerrechten en andere heffingen en retributies zeker ook elk jaar een flinke steen aan bijdragen.  En de bestedingen dan, die toeristen jaarlijks achterlaten?  Die komen niet bij de algemene middelen terecht, maar in de portemonnees van de plaatselijke Middenstand. Het antwoord op de vraag, wat de meerwaarde is voor toerisme zal –zoals altijd- wel ergens in het midden liggen.  Het is dan ook moeilijk te zeggen, of toerisme hier enige welstand bracht en of het voortschrijden van de huidige tijdgeest, datzelfde zonder toerisme eveneens zou hebben veroorzaakt.

Amro-bungalowpark Luyksgestel (later omgedoopt tot Bungalowpark De Koperteut)

Over het 5 ha. metende bosperceel aan de Postelscheheideweg in Luyksgestel, eertijds eigendom van de plaatselijke fotograaf Jaon Das en later de gemeente Luyksgestel, werden eind 50-er jaren onderhandelingen gevoerd tussen burgemeester Linders van de gemeente Luyksgestel en de Amsterdamsche Bank (later Amrobank). Deze laatste wilde voor haar ‘employés’ en gepensioneerden, in navolging van op andere bosrijke plaatsen in Nederland, als een soort secundaire personeelsvoorziening, hier ook een vakantieparkje oprichten. Het gebied droeg in de volksmond de naam Snevelsmast en herinnerde aan de aanplant van het oorspronkelijke heidegebied tot bos zo midden in de crisisjaren ’30. In die tijd kon de gemeente bij wet gesteund, een beroep doen op de werkzaamheid van inwoners bij de uitoefening van haar taken of nieuwe plannen. Zo kwam burgemeester Aarts iedere middag met de fles jenever (hier Snevel genoemd) de noeste werkers verblijden met een (of meer) borreltjes jenever. Dit gebaar leidde alzo tot de naamgeving Snevelsmast.
De bankemployés en gepensioneerden van de Amro-bank, veelal afkomstig uit de Randstad, kwamen samen met hun gezin twee weken in de zomer – en soms ook met Pasen of Kerstmis- tegen een gereduceerd tarief hier op het vakantieoord van de bank vakantie vieren met collega’s.
De oprichting van dit soort parken vindt zijn wortels al op het einde van de 19e eeuw. De overheid bemoeide zich toen nauwelijks met de samenleving of het bedrijfsleven. Sociale wetgeving bestond niet, werknemers hadden nauwelijks rechten, laat staan invloed. De eerste vooruitstreven werkgevers waren Gist-Brocades in Delft en Stork in Hengelo. Ook de Amrobank, waar het veelal kantoorpersoneel wel een goede boterham verdiende, maar niet genoeg om er jaarlijks van op vakantie te kunnen gaan. Na het instellen van Ziekenfondsen, Pensioenvoorzieningen en Weduwen- en Wezenfondsen waagde de bank in het midden van de 20-eeuw de stap naar extraatjes om de bedrijfsband te versterken. Het aantal vakantiedagen groeide van 12 naar 18 en zelfs naar 25 dagen per jaar. Tegen deze achtergrond moet de bouw van personeelsvoorzieningen als deze worden gezien. Direct naast dit perceel had de Stichting Vakantiebesteding Rijksambtenaren de boerderij van Grard Hoeks met achterliggende grond aangekocht en daar enkele vakantiewoninkjes gebouwd, die weliswaar nog wel bestaan maar al geruime tijd door particulieren worden bewoond. Ook lag in de directe nabijheid als sinds 1953 het park van de Holland-Amerika-Lijn. Een beetje ervaring was er plaatselijk al wel.

De eerste 10 Amrohuisjes werden samen met de split-level beheerderswoning,  als buren van het plaatselijke openluchttheater, gebouwd in 1961 en opgeleverd in 1962. Later volgden er nog 10 en momenteel staan er 30. Het beheer was uitbesteed aan de personeelsvereniging van de bank of een speciale commissie. De beheerder werd plaatselijk gerekruteerd. Ruim 17 jaar lang (1966-1983)heeft de familie Ad en Hanny van Dongen uit Eindhoven  het Luyksgestelse park samen met hun gezin beheerd, hoewel de burgemeester van Hendrik-Ido-Ambacht Gerrit Bax samen met zijn vrouw Boudewijna van Melle en hun gezin tot mei 1965, tot diens dood op slechts 54-jarige leeftijd, de beheerderswoning tijdens hun talrijke vakantieperiodes bewoonden en zo het park mee beheerden.

De parken dankten hun populariteit aan de schappelijke tarieven, die waren aangepast aan het inkomen van de huurder, in de orde van grootte van 3 gulden per persoon per dag, tot een maximum van 7 gulden bij een salaris boven f. 15.000, - per jaar. Later werd vanwege de administratieve rompslomp gekozen voor een seizoensafhankelijk systeem, waarbij overigens de gezinssituatie en het inkomen nog wel in acht werden genomen. De exploitatietekorten van alle parken liepen eind 70-er jaren op tot een bedrag gelijk aan ontvangsten, zo’n anderhalve ton per jaar. In 1988 kostte een bungalow hier in Luyksgestel de bank 22.500,- gulden, terwijl de gemiddelde huurprijs slechts 12.500, - gulden bedroeg. Men trachtte nieuwe bronnen aan te boren, maar ondanks de pogingen om de parken financieel rendabel te maken strandden. Deels was dit te wijten aan de veranderde opvattingen van vakantievieren, waarbij je voor een relatief laag bedrag zó in de zon in Spanje, Portugal of zelfs Turkije zat. Alleen veel de gepensioneerden bleven de huisjes trouw, maar dat vroeg weer om meer aangepaste voorzieningen. De jongere garde bleef weg, of zagen het niet zo zitten om gezellig met ‘oud-collega’s onder elkaar” hun tijd te verbeidden. Voor Luyksgestel kwam nog bij, dat er geen ‘slecht-weer-voorzieningen’ voor kinderen of andere vormen van binnenrecreatie bestond. Ook de Belastingdiensten zag dit goedkoop vakantie houden door eigen personeel als een vorm van verkapt salaris. Daardoor moesten de tarieven stijgen en kwam men in een vicieuze cirkel terecht.
In 1984 werd in Luyksgestel het Amro-park gesloten en aan een particulier investeerder verkocht, die het vervolgens in stappen individueel per huisje aan geïnteresseerden is gaan verkopen. Dat heeft jarenlang weer andere problemen opgeroepen, omdat deze relatief goedkope huisjes in dit natuurgebied, niet permanent,  maar als recreatiebungalow mochten worden bewoond. Maar hoe controleert men zoiets.


De Zwarte Bergen in Luyksgestel

Verscholen in de rustige, uitgestrekte bossen in het Kempen, vlakbij heidevelden en hart van de Brabantse rustieke dorpen met vriendelijke mensen, ligt vakantiecentrum De Zwarte Bergen, een camping van 25 hectare met een geheel eigen bekoring.
Hier kunt u nog urenlang wandelen of fietsen en verrassende ontmoetingen hebben met vogels en klein wild. Een gebied in Brabant om weer volledig tot jezelf te komen, om weer nieuwe energie op te doen.
Niet alleen het natuurrijk decor is bijzonder. Vakantiecentrum de Zwarte Bergen weet haar bezoekers al vele jaren gastvrij te verwennen bij het kamperen. Een recreatiepark dat comfort en een rijke toeristische traditie uitstekend weet te combineren.

Hoe het is begonnen


De opening van de officieel door de ANWB van meet af aan erkende bondscamping, vakantieoord  De Zwarte Bergen in Luyksgestel vond plaats op 24 mei 1958. De Eindhovense Brigadier van Politie Ben Miché (42) en zijn echtgenote bouwden samen met hun vriend de bouwvakker J. Cornuyt – what’s in a name- eigenhandig dit vakantiecentrum en stampten zo een nieuwe kostwinning voor dit politiegezin  uit de grond.
Reeds als 16-jarige jongen was kamperen al Miché’s grote hobby. Ondanks dat zijn ouders het daar niet altijd mee eens waren, trok hij jaarlijks er met de tent op uit, waardoor hij op wat latere leeftijd zelfs consul en mentor van de ANWB werd. Reeds in 1954 bouwde hij thuis in een schuurtje achter zijn huis in de Samuel de Langestraat 32 in Eindhoven in zijn vrije tijd een viertal, opvouwbare houten huisjes, waarmee hij zo een begin maakte met de verwezenlijking van zijn ideaal. Via de gemeente Luyksgestel kreeg hij een bos- en heideperceel met zandverstuiving tussen Weebosch en Luyksgestel van 7 ha. in langdurige erfpacht. Volgens toenmalig burgemeester H. Linders, had deze streek weinig kans om te kunnen ‘industrialiseren’ en daarom had hij het accent verlegd naar “vreemdelingenverkeer”. Miché en Cornuyt startten met de bouw van een 20 meter lang en 6 meter diep hoofdgebouw en een waslokaal in december 1957 en wilden voor de zomer van het volgende jaar de negen bungalows van 4,5 x 7,5 meter gereed hebben. De kosten voor materialen bedroegen in totaal 20.000 gulden; daar zat geen cent arbeidsloon bij, want alles deed men zelf en mevrouw Miché schilderde de boel. In 1963 was het aantal bungalows tot 40 stuks uitgebreid. In de zomer van 1962 werden de eerste plannen voor een gemeentelijk zwembad nabij camping De Zwarte Bergen gesmeed. Maar eerst werd grenzend aan de Zwarte Bergen een boskapel gebouwd. Met steun van de plaatselijke parken van de Holland-Amerika-Lijn, De Amsterdamsche Bank , De Zwarte Bergen en de gemeente zelf. Het lag in de bedoeling van Pastoor van Roosmalen om in de zomermaanden “ des zondags kerkelijk diensten in deze kapel te doen houden voor kampeerders en vakantiegangers”.  De kapel werd in 1965 door vicaris-generaal Mgr. L. Rooijakkers ingezegend. In de lente van 1967 volgende opening van het nieuwe restaurant. Een eetzaal van 26x 18 mtr, die door Theo Boonen samen met zoon Bennie Miché was gebouwd.

In 1960 kwam Miché met zijn gezin, vrouw en zoon, vanuit Eindhoven op het park wonen. Hij verkeerde al gauw in goed gezelschap van Luyksgestels ‘ nieuwe’ burgemeester Henk Roels, die van recreatie in de Kempen, min of meer zijn levenswerk heeft gemaakt en trots de naam van ‘recreatieburgemeester kreeg toebedeeld.  Eind 1972 kwam de Zwarte Bergen in handen van de familie Van den Heuvel. Oom Jan en diens neef Nico van den Heuvel zwaaiden er jarenlang de scepter. Ook was vanuit Boekel Frans van Leeuwen en diens gezin meegekomen. Frans was ruim 10 jaar lang bedrijfsleider van de camping. Begin 1983 kwam Jans dochter Mariska en diens schoonzoon Bart Schoenmaker in de zaak. Na het terugtreden van neef Nico werd diens plaats ingenomen door Jans zoon Rob en zijn echtgenote, die samen met Bart en Mariska Schoenmaker tot de dag van vandaag De Zwarte Bergen exploiteren.